
Van Horror-Camping tot Hemelse Echo’s: Hoe de Pyreneeën je Uitschudden én Troosten
Tussen schimmeltoiletten, duizendjarige kerken en mysterieuze rotsgaten vonden we precies wat we niet wisten dat we zochten.
Soms heb je een dag nodig die je wakker schudt. Niet met koffie, maar met een camping die voelt alsof je per ongeluk op een filmset van “The Hills Have Eyes: Catalunya Edition” bent beland.
Voor wie het gemist heeft: de vorige avond eindigden we op een plek die zichzelf fout genoeg écht “Camping Bastareny” noemde.
(Korte recap: de toiletten waren een heus incubatielab, de receptioniste zat precies tussen Ma Flodder en een Britse racecoureur in, en onze 40 euro voelde als contributie aan een cult‑club waar we nooit lid van wilden worden.)
Franse vrienden & grindpad‑porno
Gelukkig begon de ochtend met een opsteker. We namen afscheid van de ever‑enthousiaste overlanders. met een busje dat al 40 jaar weigert om kapot te gaan. Zoals altijd gaat het bij overlanders niet om afscheid nemen, maar om de laatste minuut discussiëren over olie, bandenspanning en wie de beste wilderness‑koffie kan zetten. trouwens hun busje kan je bewonder op instagram @nomad_xplorers — (al is de content hier van zijn kinderen )
Nadat we de horror achter ons lieten, namen we de Coll de Bauma onder de wielen. De zon bespeelde het landschap alsof ze zelf een fan was van roadtrips: flitsend licht, diepe schaduwen, bergtoppen die haast uitzagen alsof ze poseerden. Het ene postkaart‑uitzicht na het andere maakte duidelijk waarom dit deel van de Pyreneeën tot de kampioenen behoort — geen extreme offroad‑tocht nodig, gewoon pure schoonheid.
Via de Mirador de Gresolet, en langs ‘Josa de Cadí’, rolden we over de Mirador de l’Antorsell — steeds weer dat gevoel van: stop… nee wacht… één bocht verder… wow.
Tijdreizen in Coll de Nargó – Waar muren klank krijgen
Rond drie uur kwamen we aan bij Sant Climent de Coll de Nargó. De motor viel stil. En even leek het alsof tijd dat ook deed. Je kent dat: een stilte die niet leeg is, maar vol — vol geschiedenis, vol gewicht, vol geluid in je hoofd.
Wat op het eerste gezicht een bescheiden dorpskerkje leek, bleek een archief van bijna duizend jaar architectuur. De campanile is ouder dan de rest van het gebouw, met hoefijzervormige ramen die je ogen laten dansen tussen soberheid en pracht. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog diende de kerk zelfs als munitiedepot en overleefde bombardementen vrijwel ongeschonden — of dat nu goddelijke interventie was of simpelweg verdomd goede metselkunst, laat ik aan jou over.
Het verhaal zegt dat hier ooit mezzo‑sopraan Anna Ricci zong, waarbij haar stem tegen de tongewelven hapte en weer uitsprak — alsof zelfs de stenen meezongen. Hier ging ik niet gewoon zitten; hier stond ik stil.
De Forats Estalonats – Geheimen in de rotswand
We hadden hier kunnen blijven slapen. Was het plan. Maar iets in mijn rechtervoet zei: nog twee uurtjes verder. En godzijdank hebben we dat gedaan.
We stuitten op de Forats Estalonats — een verticale rotswand vol gaten, netjes in rijen uitgehouwen, alsof iemand een gigantische ladder in de rots had geboord. Geen natuurfenomeen, maar mensenwerk. En hoewel niemand exact weet waarom deze gaten er zijn, voelt het als een litteken van een vergeten strijd of geheime doorgang. De rots toont je — zonder woorden — dat tijd bestaat in lagen, niet in uren.
Wil je deze plek zelf bezoeken? Typ Hípica Boumort in Google Maps en als je van paardrijden houdt, sla je twee vliegen in één klap.
Terug naar gezelligheid: Camping Collegats
Toen de zon begon te zakken, bereikten we onze nieuwe rustplaats: Camping Collegats — en dat was een wereld van verschil.
Waar Bastareny ons gisteren nog deed twijfelen aan de evolutietheorie, voelde Collegats als thuiskomen bij een groep oude vrienden. De camping ligt aan de rivier, omringd door bergen en een relaxte sfeer. Reizigers noemen het een rustige, gezellige familiecamping waar alles netjes en schoon is, met een fijne bar, restaurant en zelfs een zwembad, perfect na een hete dag onderweg.
We zaten op het terras met een glas in de hand, luisterend naar het geruis van de rivier — en ja, zelfs de muziek uit de speakers en de douches (je moet het meemaken) voegde iets toe aan de avond in plaats van af te leiden. Simpel, warm, echt.
Dit is waarom we reizen.
Voor de nachtmerries die later lachend worden verteld.
Voor stenen die zingen.
Voor rotsen die je vragen laten.
En voor campings waar je ’s avonds nog eens terugkijkt naar de rivier en denkt: dit was ’t allemaal waard.

