Als National Geographic hier zou filmen, zou de voice-over fluisteren over de brute kracht van de natuur. Als de BBC er was, zouden ze focussen op de middeleeuwse geschiedenis. Maar wij? Wij waren er vooral om te ontdekken waarom je in Spanje nooit, maar dan ook nooit, vóór tien uur ’s ochtends koffie moet zoeken.
Mijn vorige verhaal eindigde bij de Pont de Llierca, waar ik het laatste gouden licht van de avond ving. Het plan was simpel: de volgende ochtend de zonsopgang vastleggen. De realiteit? Ik was te laat wakker. Laten we het erop houden dat de Spaanse lucht me iets te diep in slaap had gewiegd.
Spaanse nonchalance (en een eerlijke prijs)
We ontwaakten op Camping Montagut. Als je ooit wilt weten wat “georganiseerde Spaanse nonchalance” betekent, is dit the place to be. Alles gaat hier op zijn ‘mañana’s’, maar verrassend genoeg ligt alles er kraaknet bij. Het uitzicht? Allerminst slecht.
En laten we eerlijk zijn: de prijs was een verademing. Zeker als ik je vertel waar we later deze reis belanden – een plek waar we het dubbele betaalden voor een ervaring die ik mijn ergste vijand niet toewens (maar dat horrorverhaal bewaar ik voor later in het blog, stay tuned).
Balanceren op de afgrond: Castellfollit de la Roca
Vanuit onze basis was het een korte rit naar Castellfollit de la Roca. Een mooi zijsprongetje aangegeven door onze gids van Vibracation! Ik geef het toe: ik sta normaal niet te springen om toeristische hotspots af te vinken. Maar soms moet je je principes even parkeren, want dit dorp tart elke verbeelding.
Stel je voor: een middeleeuws dorp dat balanceert op een 50 meter hoge basaltrots, bijna een kilometer lang. Het lijkt wel alsof de huizen uit de vulkanische klif zelf zijn gegroeid.
In het hoogseizoen loop je hier waarschijnlijk over de koppen, maar in de rust van september hadden we dit geologisch wonder bijna voor onszelf. Geen massatoerisme, enkel de brute stilte van La Garrotxa.
De valstrik van de warme bakker
We wilden “even snel brood halen” voor de rest van de week. Foute gedachte. We vonden ‘Cal Enric’ Pastisseria Fabrica de Galetes.
Pro-tip: Ga hier nooit naar binnen als je honger hebt. De geur van ovenvers brood en zoete boter sloeg ons in het gezicht. De eigenaresse, slim als ze was, liet ons proeven. Blijkbaar was ons ontbijt die ochtend niet toereikend, want we kwamen naar buiten met een hoeveelheid gebak die een klein leger kan voeden. Hebben we spijt gehad? Geen seconde.

Het mysterie van Oix en de gesloten deuren
Met de auto vol kruimels vervolgden we onze weg over slingerende baantjes naar Oix. Een dorpje dat de tand des tijds niet alleen heeft doorstaan, maar hem simpelweg heeft genegeerd. Het ligt er nog exact zo bij als op de archieffoto’s uit 1955.
Wij waren klaar voor een nostalgisch kopje koffie. Oix echter niet. Hier leerden we de harde les van het Spaanse platteland: het leven begint hier pas als de zon hoog staat. 10 uur ’s ochtends? Dat is voor de Spanjaard nog midden in de nacht. Alles zat potdicht.
Camprodon: Eindelijk cafeïne (en cultuur)
Onze redding lag iets verderop in de Pyreneeën: Camprodon. Ja, het is toeristischer. Ja, het is drukker. Maar god, wat smaakt een cappuccino goed als je er twee dorpen op hebt moeten wachten (en het was nog net voor 12 uur, dus het mag, toch?).
Camprodon is meer dan alleen koffie. Het is het hart van de Ripollès regio. Terwijl we door de straten slenterden, viel ons oog op de pure schoonheid van de architectuur. Hoewel de beroemde Pont Nou vaak de aandacht trekt, werden wij gegrepen door de sfeer die deed denken aan het nabijgelegen pareltje Sant Cristòfol de Beget. Het totaalplaatje klopte gewoon.
Het leek de perfecte dag: een volle maag, goede koffie, en prachtige middeleeuwse dorpen. Maar wat we toen nog niet wisten, was dat het weer – en onze reis – die middag een drastische wending zou nemen…
Mist, Modder en Influencers in het Wild: Een Spookrit door de Pyreneeën
Na de cafeïne-injectie in Camprodon waren we klaar voor het echte werk. We verlieten het asfalt en ruilden de beschaving in voor het gruis van de bergen. Tenminste, dat was het plan.
Onze offroad-avontuur begon bij de Mirador de la Creu de Fusta (het Uitkijkpunt van het Houten Kruis). Normaal gesproken word je hier getrakteerd op een breedbeeld uitzicht over de Vallei van Camprodon dat zo in een reisbrochure kan. Wij stapten uit, klaar voor de oohs en aahs, maar werden begroet door een ijzige wind die dwars door onze kleren sneed.
La Diada: File in de wildernis
En we waren niet alleen. Het was 11 september, La Diada, de nationale feestdag van Catalonië. Blijkbaar viert de Catalaan dit graag met zijn 4×4 en zijn hond. En als ik zeg “druk”, bedoel ik niet gezellig druk. Het leek wel de Périphérique van Parijs, maar dan op onverhard terrein vol stof en snuffelhonden.
Spoken in de mist
Toen gebeurde het: het weer sloeg om met de snelheid van een vingknip. De zon verdween en we reden een dikke soep van mist in. Weg vergezichten. Weg Heidi-gevoel. De Camí de Fontlletera, normaal een paradijs voor picknickende locals, veranderde in een scène uit een thriller.
Het had iets spookachtigs. Af en toe doemde er een koe op uit de witte waas als een schim. Voor de fotografie was het eigenlijk geweldig – mysterieus en rauw. Maar stiekem wist ik dat we iets misten.
De tocht werd zwaarder. Waar een normale wagen in het begin nog prima mee kon, werd het terrein nu echt uitdagend. De mist maakte het navigeren pittig, maar de wetenschap wat er achter die mist lag, deed pas echt pijn toen ik het later googlede.
Doe dit nooit: Google geen foto’s van een bergpas die je net in de mist hebt gereden. De uitzichten vanaf 2000 meter hoogte zijn – als het helder is – blijkbaar adembenemend. Ik heb het met mijn eigen ogen niet gezien, maar de Camí staat nu met stip op de “herhalingslijst”.
Route Info: Camí de Fontlletera
- Traject: Van Ribes de Freser naar Tregurà de Dalt
- Afstand: 28,9 km onverhard genieten
- Hoogte: Maximaal 2.059 meter (letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt)
- Voertuig: SUV of 4×4 aanbevolen. Met een lage personenwagen ga je hier uiteindelijk je carterpan achterlaten.
Keukenrol en Influencers op de BV-4031
We ruilden het grind in voor de BV-4031, een geasfalteerd lint dat door de provincies Berguedà en Ripollès slingert. Dit is een weg waar motorrijders van gaan kwijlen. En ik ook. Sterker nog, ik was blij dat ik een rol keukenpapier naast de passagiersstoel had hangen, want de uitzichten waren om van te watertanden. Mijn mond viel zo vaak open van verbazing dat ik hem af en toe handmatig moest dichtduwen.
Onderweg kwamen we nog een ander natuurverschijnsel tegen: De Influencer in het Wild. We passeerden een complete filmcrew en wat vermoedelijk bekende YouTubers waren. Ze stonden daar, lippen getuit, haar perfect in de lak, te doen alsof ze de wildernis hadden getemd. Ik moest lachen. Wij zaten onder de modder, zij onder de make-up. Ieder zijn avontuur, zullen we maar zeggen.
Het “Mag Ik Dit Wel Delen?” Dilemma
De schoonheid van de Catalaanse Pyreneeën deed me denken aan een plek in Noorwegen waar ik jaren geleden was. Toen was ik er alleen met een parkwachter. Toen ik er in 2024 terugkeerde, was mijn geheime plekje veranderd in een betaalparking met camera’s. Het internet maakt alles kapot wat het liefheeft. Dus bij deze: ga hierheen, geniet ervan, maar laten we het een beetje onder ons houden, oké? Laat me je op mijn foto’s ook nog even verder mee nemen verder dan de BV-4031 tot einde van onze dag… voor we over gaan naar de Horror
De Blik (en de horror-camping)
De dag liep ten einde. Mijn vriendin zette haar speciale troef in: “De Blik”. Mannen kennen deze blik. Er wordt niets gezegd, maar de boodschap is glashelder: “Stop die auto, we zoeken NU een slaapplek.”
We reden door het prachtige Parc Natural del Cadí-Moixeró. Wildkamperen is hier streng verboden, dus zochten we braaf een camping. En daar ging het mis. We keerde om en reden een stuk terug en zo belandden we op Camping Bastareny. (info 2025)
Laat me duidelijk zijn: rij hier voorbij. We werden ontvangen door een dame die het midden hield tussen de vrouwlijke versie van onslow uit de Schone Schijn en Ma Flodder, maar dan met de arrogantie van een F1-coureur.
- De prijs: €40 per nacht (in het hoogseizoen durven ze €60 te vragen!).
- De faciliteiten: Smerig. De toiletten waren een broedplaats voor nieuwe levensvormen.
- De sfeer: ‘s Nachts gebeurden er dingen die het daglicht niet konden verdragen. Vreemde geluiden, vaste bewoners in caravans leefde duidelijk we kregen het sterke vermoeden dat onze 40 euro rechtstreeks naar hun huur ging.
We stonden daar met andere overlanders. Niemand zei iets. Wij zijn niet vies van modder. We hoeven geen gouden kranen. Maar als je de hoofdprijs betaalt, verwacht je op zijn minst dat je niet wordt behandeld als een indringer in een derderangs trailerpark.
Mijn advies? Geniet van de mist, lach om de influencers, maar als je in de buurt van Camping Bastareny komt: geef gas en kijk niet achterom.











